Op klaarlichte dag

De mensheid liep op klaarlichte dag
met de ziel onder de arm
Omstanders draaiden zich naar haar toe
‘Mensheid, wat loop je onbestemd?’

‘Ik?’ zei de mensheid, ‘en jullie?’
‘Wij?’ zei de een, ‘wij willen…’
‘Wij?’ zei de ander, ‘wij zullen…’
‘Wij?’ zei een zware stem
‘Wij moeten bovenal…’

De mensheid hield halt
De mensen zwegen

‘Mama?’ Vroeg een kind, ‘Mama,
mag ik kikkers zoeken in de sloot?’
‘Sssst, wij spreken
over belangrijke zaken’

‘Dat gat daar,’ de mensheid wees
‘dat is een doorgang
voor ons allemaal’
‘Veel te smal’ reageerde de een
‘Dat past nooit’
‘Wat is daar?’ reageerde de ander

De mensheid zuchtte ‘ik weet het niet’
‘Nou dan,’ klonk de zware stem
‘Laten we de vergadering opheffen
Allemaal weer aan het werk’

‘Mama, mama, ik weet wat daar is
Daar beleven we avonturen
Daar ontmoeten we een krokodil
Heel gevaarlijk, denk je, maar we worden vrienden’

‘Dat is niet realistisch,’ zei de een
‘Pfff, vriendschap met een krokodil
Waarom zou je?’ zei de ander
Er klonk een zware lach
‘We heffen de vergadering op’
De mensen knikten

De mensheid pakte de ziel
weer stevig onder de arm

‘Mama, mama, ga je mee?
Mama? Mama?’


Gedicht voorgedragen tijdens het Kiindfestival in Amersfoort op 16 sept 2017. Om de start in te luiden van het NieuwsgierigerWijs Project ‘I Follow’ (99 volgverhalen van ouders die hun kind volgen en wat er dan ontstaat…)
Nieuwsgierig? 😉  ‘I Follow’ 


Ruimte

 

Het wit tussen de regels door

 

lijkt me in de oneindige

 

ruimte te trekken

 

ik hou me vast

 

aan de woorden want

 

als ik over het randje kukel

 

waar eindig ik dan. Of

 

is dat pas het begin?


 

 

Wat een leuke verrassing. Deze foto kwam ik tegen op boekblad.nl. Na de knip van de camera  heb ik een leuk gesprek gehad met de fotograaf. Ze bleek een naamgenoot van degene die me tot het gedicht heeft geïnspireerd, een tweelingzus die me diep heeft geraakt met haar verhaal. Deze ‘zus’ liet me eerder dit jaar een foto zien van zichzelf als klein meisje. Samen met haar zusje in de sneeuw. Ze droegen knalrode laarsjes.


Tweelingzus in de rozentuin

Ik aai je hond. Je geeft me de foto
van twee kleine zusjes in de sneeuw
we droegen knalrode laarsjes

Nu, schoenmaten later, is het lente
Je zoemt. Neuriet bijna. Over de liefde
Sinds je hem kent schrijf je gedichten

Sinds je hem kent schrijf je gedichten
Zal je dichten?

Over een met sneeuw bedekte rozentuin?
Over voetstappen, steeds verder uiteen-
lopend. Een hond die snuffelt, huilt
Zal je schrijven over een hond die huilt?

Als we afscheid nemen, roept m’n hart:
laat mij je muze zijn.
Ik zeg: groeten aan je man

Gepubliceerd in ‘Liegen op een hoger plan’, Uitgeverij Van Gennep, 2015


Gaan

Van de druipende reiger kijk ik
naar mijn wegzakkende schoenen
eerlijke modder zuigt ze op

Aan die oever waar ik zo graag
Met die vogel die ik zo lief
Op die plek waar ik

De reiger wacht geduldig
tot regen plaats maakt tot
ik mijn spieren span

Klapwiekend
laat ik achter mij
mijn schoenen


Drakenstaart

De zucht naar avontuur
verandert alles wervelt
als een drakenstaart

waarmee je zwiept alles
om je heen omver
niet zonder bloed en tranen

Je weet best wel dat
je de wind kan laten liggen
je weet dat je de staart af kunt doen

dat doe je niet dat wil je niet
deze zucht stamt uit de oertijd
Eeuwenoude wachter van je hart


Hertennimf
vuurt stilte af
op jagers
Het zal wel
mythisch wezen