Balletjessoep

0

‘Jij bent zeker Juul.’
Juul kijkt op naar de jongen. Ja, en jij bent zeker die flapdrol die met me zus gaat, denkt ze, maar dat zegt ze niet hardop.
‘Hoezo?’, antwoordt ze.
‘Is je zus thuis?’
‘Misschien.’ Juul kijkt eens goed naar de jongen. Hij ziet er minder fout uit dan ze had verwacht. Zou haar moeder hem wel goed hebben bekeken? En hij heeft ook helemaal geen vieze gevaarlijke stinkbrommer bij zich.
‘Ik ga wel even kijken dan’, mompelt hij schouderophalend en hij loopt richting het tuinpad.
‘Dát zou ik niet doen’, zegt Juul geheimzinnig. Hij stopt en kijkt haar vragend aan. Eigenlijk ziet hij er best gewoon uit, helemaal niet als iemand die zichzelf met haar zus te pletter rijdt op zijn vieze stinkbrommer. Of als iemand die dingen van Anna wil, die Anna volgens mama zelf helemaal niet wil. Toch zal hij wel fout zijn, dus zit er maar één ding op: Juul moet haar zus helpen.
‘Anna is iets aan het doen en daar kun je haar maar beter niet bij storen.’ Dat was niet helemaal een leugen, want Anna was bezig met het schoonmaken van het konijnenhok.
‘Oh. Wat is ze aan het doen dan, als ik vragen mag?’
Als ik vragen mag? Wat een aardige jongen lijkt hij toch. Hij kan vast leuk toneelspelen. Anna is er immers ook ingetuind.
‘Dat wil je niet weten…’, zegt ze weer heel geheimzinnig. Maar de jongen lijkt niet van zijn stuk te brengen.
‘Ik wacht wel even hoor’, zegt hij, ‘vind je dat wel goed?’
‘Mij best’, hoort Juul zichzelf zeggen. Bah, wat doet hij aardig, het wordt wel moeilijk om ervoor te zorgen dat hij opsodemietert.
‘Je moet weten…’, zegt Juul ernstig terwijl ze op de stoep gaat zitten. Met een stokje schraapt ze tussen de tegels door. ‘Je moet weten dat mijn zus niet heel gewoon is… Niets is wat het lijkt…’, voegt ze er wijselijk aan toe. Dat hoorde ze haar vader gisteren zeggen en dat had heel verstandig geklonken.
‘Ja, dat weet ik. Ik vind haar juist heel bijzonder’, zegt hij met een glimlach op zijn gezicht. Gatver, wat een kwijlebal.
‘Dat bedoel ik niet.’ Juul gaat wat zachter praten. ‘Anna is een beetje…’ Ze schraapt met het stokje heen en weer over een tegel, aarzelt, kijk dan op naar hem, ‘ze is een beetje… ‘ Met haar wijsvinger tikt ze drie keer op haar voorhoofd.
‘Getikt bedoel je?’, reageert hij lachend. Hij lijkt het erg grappig te vinden. ‘Jij bent zeker de leukste thuis!’ Hij is naast haar gaan zitten. Samen op de rand van de stoep. Juul maakt een diepe rand om de tegel tussen hen in. De jongen zit voorovergebogen in kleermakerszit en steunt met zijn ellebogen op zijn bovenbenen. Hij kijkt voor zich uit.
Stiekem observeert Juul hem. Als hij geen verkeerde jongen was, dan was hij eigenlijk best knap. Maar Juul laat zich ook niet van haar stuk brengen.
‘Ik ben inderdaad de leukste thuis. Ik heb maar één zus. En die is helemaal niet leuk. Ze is niet alleen tiktiktik, maar ook nog eens strontsjaggie. Altijd. Behalve als ze indruk probeert te maken op jongens natuurlijk.’ Ze moet er maar gauw voor zorgen dat hij opsodemietert en een ander meisje zoekt.
‘Ik heet Ferrald.’
‘Oh.’ Haar moeder had hem flapdrol genoemd. Flapdrollen hebben ook een naam.
‘Hoe oud ben jij eigenlijk?’, vraagt Ferrald.
‘Ik ben 46 maanden jonger dan Anna.’  Soms moet je er op een slinkse wijze achterkomen hoe iemand is, of iemand bijvoorbeeld slim is of niet. Juul is blij dat ze slim genoeg is om slinks te zijn.
‘Tien dus, dan ben je een stuk jonger dan Anna!’ Hij had heel snel gerekend, maar goed, dit was dan ook gemakkelijk. En wat nou? Een stuk jonger?
‘Jij bent anders een heel stuk ouder dan Anna!’ Hij is verdorie al 17, hoort ze haar moeder nog zeggen.
Ze denkt aan Anna die bezig is met het konijnenhok.
‘Anna is een dierenbeul’, zegt ze dan.
‘Oh.’ Het lijkt hem niet te interesseren. Zou hij haar niet serieus nemen? Hoe durft hij!
‘Heb jij je balletjes nog?’, vraagt ze zonder hem aan te kijken. Ze draait wat meer naar Ferrald toe en begint aan de rand van een tweede tegel. Hij reageert niet. Juul durft niet op te kijken, maar ze moet nú echt doorzetten.
‘Mijn zus houdt van homo`s. Daarom haalt ze de balletjes van de mannetjeskonijnen eraf,’ verzint ze.
‘Wat hebben balletjes nou met homo`s te maken?’, reageert hij.
Haar oom zegt altijd dat homo`s geen ballen hebben. Maar nu begint ze zelf ook te twijfelen.
‘Dat maakt toch niet uit. Ze is getikt. Dus denkt ze dat ze de balletjes er beter af kan snijden. Dat doet ze met het scheermesje van mijn vader. Bloederig hoor!’, zegt ze met een vies gezicht. ‘En mama doet ze in de soep. Balletjessoep.’
‘Je denkt toch niet dat ik je geloof.’
‘Dan niet. Mijn moeder houdt niet van gehaktballetjes draaien. Vindt ze gedoe. Konijnenballetjes zijn kant en klaar. Vandaar.’
Ze kijkt naar hem op. Daar heeft ze direct spijt van want hij glimlacht weer en ze krijgt er een raar gevoel van. Het is belangrijk dat ze voet bij stuk houdt, maar ze weet even niks meer te zeggen.
Na een korte stilte die wel heel erg stil is, pakt hij iets uit zijn linkerbroekzak. Het is zilverkleurig, ziet Juul vanuit haar ooghoeken. En het blinkt. Hij brengt het naar zijn mond en begint te spelen. Aha. Het is een mondharmonica en het klinkt wel erg mooi. Zo mooi, dat Juul er zelfs bijna van moet huilen. Wat is er toch met haar aan de hand? De jongen is stom en mondharmonica`s zijn ook stom, zegt ze boos in zichzelf.
‘Vind je het wat?’, vraagt hij een beetje verlegen.
‘Ach. Het is beter dan Hans Bauer’, zegt ze zo onverschillig mogelijk. Maar ze merkt dat haar stem een beetje anders klinkt. Een beetje anders dan anders.
‘Frans, bedoel je.’ Maar Juul hoort het niet. Ze is met haar gedachten bij opa thuis. Opa heeft een lievelingscd van een oude man die mondharmonica speelt. Opa vindt het zo mooi, dat hij eens heeft moeten huilen toen ze er samen naar luisterden. Ze durfde niet te vragen of hij verdrietig was. Toen de cd was afgelopen, zei hij dat hij erg geroerd was. Zo prachtig vond hij het. Juul vond dat weer erg mooi, dus nu is het ook haar lievelingscd als ze bij hem is.
‘Het klinkt niet als Toelemans’, voegt ze er aan toe.
‘Toets Thielemans, bedoel je.’ Hij glimlacht weer. ‘Nee, zo goed ben ik niet,’ en hij speelt weer verder.
Dan stopt hij plotseling en zegt: ‘Ik ben toevallig homo.’
Met grote ogen kijkt ze hem aan. Snel wendt ze haar blik van hem af en ze begint aan een derde tegel. Het stokje breekt. Maar ze gaat gewoon verder met het kleinere stukje stok. Als hij homo is, hebben hij en Anna dan wel verkering? Ze durft het niet te vragen. Ze durft helemaal niks meer te vragen of te zeggen.
Het blijft weer een tijdje erg stil. Ferrald gaat weer een stukje spelen en Juul begint aan een vierde tegel. Dan stopt ze en gooit het stokje midden op straat; wat is er ook aan? En ze begint zand onder haar nagels vandaan te pulken. Hij stopt ook en wil net wat zeggen als de moeder van Juul met haar hoofd buiten het raam roept: ‘Juul, waar ben je?’ Juul schrikt ervan. Haar moeder moet Ferrald maar niet zien.
‘De soep is klaar! Kom je eten?’
‘Ja!’, schreeuwt Juul. ‘Maar ik hoef geen balletjes!’, roept ze er snel achteraan. Misschien gelooft Ferrald haar nu wel.
‘Ik moet gaan’, zegt ze alsof het haar niks schelen kan. Ze staat op en klopt haar broek af. Hij staat ook op.
‘Nu zal je zus het inderdaad te druk voor me hebben, nu jullie gaan eten. Doe haar maar de groeten. Als je daar tenminste zin in hebt hoor! Anders niet.’
Juul zegt niks terug. Ze knikt alleen maar. Net zoals haar knieën een beetje knikken als ze het tuinpad oploopt.


Bekroond met de derde prijs in de wedstrijd om de ‘Bibliotheek Nijmegen Literatuurprijs 2005’

No Comments Yet.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *